Als je boontjes in de tuin zaait, denk je ook niet: ach wat zien ze er mooi uit, laat ze maar hangen

Een goed stuk vlees is volgens Zef gemakkelijk te herkennen. Je ziet het aan de structuur en je proeft het. Een dier dat goed gevoed is en voldoende beweegt, heeft een bijna onzichtbare vetstructuur in de spieren. Dat vet is de drager van de ‘hemelse’ smaak. Natuurlijk is de voeding van de koe belangrijk, maar Zef is ervan overtuigd dat je ook de vrijheid en het geluk van de koe proeft in het vlees. Dat geluk belandt op je bord!

Het slachten hoort er voor Zef bij maar ook dan zorgt hij goed voor de dieren. Bij een kleinschalige slachter komen de dieren in aparte hokken, zodat ze geen last krijgen van stress. Er heerst zoveel mogelijk rust.

De verwerking gebeurt door ervaren slagers, op de boerderij zelf. De diverse soorten vlees worden afzonderlijk verpakt in pakketten van 5, 10 of 20 kilo. Recepten, inclusief het traditioneel Limburgse zoervleisj, vind je in de nieuwsbrieven.

Elk kalf wordt op de boerderij geboren, leeft een prettig leven in de kudde en gaat aan het eind van het leven naar een lokale slachterij.

De dieren zijn vanaf hun geboorte op de boerderij. Alleen voor de slacht worden ze vervoerd naar een kleinschalig bedrijf. De verwerking gebeurt in een goed geoutilleerde werkruimte op de boerderij.

In elk vleespakket zit ongeveer 35% entrecote, rosbief (in dunne lappen of aan het stuk) en lende- en kogelbiefstuk. Verder krijg je tartaar, rundergehakt, en verse worst, runderpoulet en soepvlees.

Uiteraard wordt de kwaliteit van het vlees bepaald door het leven van de koe. Het vakmanschap van de slager bepaalt vervolgens hoe dat vlees wordt verwerkt tot een maximale hoeveelheid van hoge kwaliteit.