Kleinschalig boeren klinkt romantisch. In mijn geval is het een combinatie van overtuiging, creativiteit en ondernemerschap.

‘Je komt nog eens ergens als je zelf het vlees brengt bij je klanten! Ik word gelukkig van die ontmoetingen!’

Zef is geen doorsnee-boer. Gedurende zijn studie aan de HAS in Den Bosch heeft hij zich samen met anderen ingezet om een voormalig klooster om te vormen tot een alternatieve woonplek. In 1985 besloot hij te gaan werken in het boerenbedrijf van zijn ouders, tegen alle verwachtingen en adviezen in. Hij mist geen voorstelling van het Nederlands Danstheater en hij woont met zijn vriendin Ingrid in een boerderij die opgenomen is in het Jaarboek Architectuur.

Bij een niet gewone boer hoort een ongewoon goed product met een bijzondere naam: hemels vlees. De oorsprong ligt in het verleden. Op zondagmiddag nam pa Soogelee zijn gezin graag mee naar het hoogst gelegen weiland dat vanuit Ransdaal werd bewerkt. De gezelligheid, het geweldige uitzicht en natuurlijk de fijne picknick maakten van deze plek ’t Hemelrijk. Althans dat vond pa Soogelee, en zoon Zef is het daar helemaal mee eens. Vandaar dat hij het vlees van de koeien die er grazen, ‘hemels vlees’ noemt.

De schoonheid van het landschap, de rijkdom van de grond én zijn koeien vormen de basis van zijn levensgeluk. Elke ochtend begint met voeren en even kijken hoe het met elk dier gaat. ’s Avonds voor Zef gaat slapen, loopt hij altijd nog even langs de stal.

De rust van de omgeving en het geluid van de grazende koeien vormen de achtergrond van het dagelijkse werk op de boerderij. Er is altijd werk te doen… om te zorgen dat de dieren in alle rust kunnen leven.

Altijd weer een bijzonder en spannend moment: de geboorte van een kalf. Stiertje of vaarsje? Rood, zwart, blond, wit? Blijkt de koe een lieve moeder? De biest geeft Zef zelf aan het kalf. In die eerste melk die de koe geeft na de geboorte van het kalf, zitten belangrijke stoffen om het kalf een goede start te geven.